Beginpagina Alfabetische index Over het BWNW Opzet biografie Redactie Auteurs Copyright Links English


David van Dantzig in 1934
David van Dantzig (1900-1959)

David van Dantzig was topoloog en significus, en bovenal degeen die voor Nederland de mathematische statistiek tot een onderdeel van de academische wiskunde maakte.

DANTZIG, David van, topoloog en significus (Amsterdam, 1900 - 1959). Oudste zoon van Abraham van Dantzig (1872-1944), ondernemer, en Bertha de Kadt (1869-1920). Hij trouwde op 27 maart 1929 met Else Stumpfrock; zij kregen drie kinderen.

Geïnspireerd door de specerijmolen van zijn vader studeerde David van Dantzig aanvankelijk scheikunde aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam, maar zijn filosofische inslag en de colleges van Gerrit Mannoury brachten hem tot de wiskunde. Zijn studiejaren, begin jaren twintig, waren hoogtijdagen van het topologisch onderzoek rond Brouwer. Tegelijkertijd roerde hij zich in het debat over didactiek van de wiskunde. Hij promoveerde in 1931 niet in Amsterdam, maar bij zijn studievriend Bartel van der Waerden in Groningen op Studien over topologische algebra, een topologische en algebraïsche karakterisering van het continuum. Onder de hoede van Hans Schouten aan de Technische Hogeschool in Delft deed hij onderzoek op het gebied van de differentiaalmeetkunde en maakte hij, tegen de conjunctuur van de economische crisis in, carrière van assistent in 1927 tot hoogleraar in 1938. Dat jaar was een omslag in zijn denken over wiskunde: het vak moest maatschappelijk dienstbaar worden gemaakt. Zelf verbond hij aan zijn maatschappelijke bewustwording de consequentie dat hij zich stortte op de waarschijnlijkheidsrekening en mathematische statistiek. Door de moeilijke oorlogsjaren heen, hij was joods, verdiepte hij zijn denkbeelden over dienstbare wiskunde. Hij vond medestanders in Van der Corput, Koksma en Schouten; samen richtten zij op 11 februari 1946 het Mathematisch Centrum op, het tegenwoordige Centrum voor Wiskunde en Informatica.
      David van Dantzig volgde een eigengereide koers door de mathematische statistiek, bovenal bracht hij de beoefening ervan op internationaal niveau en maakte het daarmee tot een respectabel onderdeel van de wiskunde-beoefening in Nederland. Dankzij hem heet Operations Research binnen de Nederlandse wiskunde ‘besliskunde’.
      Van Dantzig dacht ook in methodologische zin na over de wijze waarop de wiskunde dienstbaar gemaakt kan worden. Wellicht is zijn introductie en omschrijving van het ‘wiskundig modelleren’ zijn belangrijkste bijdrage aan de wiskunde-beoefening. In een levenslange vriendschap bestudeerde hij met Gerrit Mannoury diens significa; belangrijker dan zijn eigen publicaties is zijn bijdrage geweest dat hij Mannoury ertoe bracht het Handboek der analystische significa te publiceren.

Literatuur
Alberts, G., Jaren van berekening. Toepassingsgerichte intitiatieven in de Nederlandse wiskunde-beoefening, 1945-1960. Amsterdam: AUP, 1998
Alberts, G., Twee geesten van de wiskunde; biografie van David van Dantzig, Amsterdam: CWI, 2000.
Alberts , G. en H. Blauwendraat (red.) Uitbeeelden in wiskunde. Amsterdam: CWI, 2000
Dantzig, D. van, ‘General procedures of empirical science’, Synthese 5 (1947), pp. 441-455
Freudenthal, H., ‘Levensbericht van David van Dantzig (23 september 1900 – 22 juli 1959)’, Jaarboek KNAW 1959-1960
Hemelrijk, J. ‘In memoriam Prof.dr. D. van Dantzig’, Statistica Neerlandica 13, 1959, pp. 415-432
Mannoury, G., Handboek der analytische significa (2 dln), Bussum: Kroonder, 1947-1948

Links

Publicaties

Archief

Auteur: Gerard Alberts

Laatst gewijzigd: september 2006