|
Johannes de Groot was specialist op het gebied van de algemene topologie. Hij is vooral bekend geworden door zijn artikelen over topologische dynamica, cardinaalfuncties en subbases.
GROOT, Johannes de, topoloog (Garrelsweer, 7 mei 1914 - Rotterdam,
11 september 1972). Zoon van Joh. de Groot, hoogleraar theologie.
Zijn tweede huwelijk werd op 5 augustus 1949 voltrokken met
Lutgerdina Steffina Koster. Uit dat huwelijk werd één dochter
geboren.
De Groot begon aan zijn studie wiskunde in Groningen in 1933, waar
hij in 1942 promoveerde. Onder zijn leermeesters waren J.G. van der
Corput, G. Schaake en H. Freudenthal. Na enkele jaren als leraar
werkzaam te zijn geweest in Coevorden
en in Den Haag, werd hij in 1946 benoemd aan het Mathematisch
Centrum in Amsterdam. In 1947 werd hij lector aan de Universiteit
van Amsterdam, in 1948 hoogleraar in Delft. Hij keerde in 1952 terug
als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. In 1960 werd hij
tevens Hoofd van de afdeling Zuivere Wiskunde van het Mathematisch
Centrum en lid van de Raad van Beheer. In 1964 werd De Groot decaan
van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen aan de
Universiteit van Amsterdam. In 1969 werd hij verkozen tot lid van de
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De Groot reisde
veel. Hij was 'visiting professor' aan tal van Amerikaanse
universiteiten en had veel buitenlandse contacten. Sinds november
1967 was hij in deeltijd verbonden aan de University of Florida. Ook
was hij de grondlegger van het tijdschrift Topology and its
Applications.
In zijn proefschrift uit 1942 bewees De Groot dat de (separabel
metrizeerbare) rimcompacte ruimten samenvallen met de ruimten die
kunnen worden gecompactificeerd door de toevoeging van een
nuldimensionaal stuk. Dit resultaat leidde tot de formulering van
een aantrekkelijk vermoeden dat nadien door tal van onderzoekers uit
binnen- en buitenland zonder veel succes werd aangepakt. De
uiteindelijke oplossing werd gevonden door Roman Pol in 1982.
Deelproblemen die voortkwamen uit het vermoeden van De Groot worden
nog steeds bestudeerd, voornamelijk door wiskundigen uit Japan en
Rusland. De Groot had ook veel belangstelling voor topologische
dynamische systemen, cardinaalfuncties en topologische
karakteriseringen van variëteiten. Hij is waarschijnlijk in
topologische kringen het meest bekend door zijn propaganda voor het
gebruik van subbases, en met name die voor de gesloten
verzamelingen. Hij construeerde tal van 'compacte extensies' van
topologische ruimten door gebruik te maken van subbases en de
zogenaamde 'Wallman-compactificatiemethode'. Voorbeelden daarvan
zijn superextensies en GA-compactificaties. Ook was hij zeer
geïnteresseerd in groepentheorie. Hij bewees ondermeer dat elke
groep isomorf is met de groep van homeomorfismen van een
metrizeerbare topologische ruimte, met als gevolg dat elke groep de
groep is van alle automorfismen van een commutatieve ring.
De Groot was een inspirerend docent die altijd omgeven was door
studenten. Onder zijn leiding kwamen 12 dissertaties tot stand. De
wiskundigen die hem hebben gekend roemen hem om zijn flair en
flamboyante levensstijl, integriteit, en aandacht voor persoonlijke
omstandigheden.
Literatuur P.C. Baayen en M.A. Maurice, 'De Groot, Johannes
(1914-1972)', General Topology and Appl. 3, (1973), pp. 1-32.
H. Freudenthal, 'Levensbericht van
Johannes de Groot', Jaarboek Koninklijke Nederlandse Akademie van
Wetenschappen 1972, pp. 119-121.
J. de Groot, Topologische Studiën, proefschrift,
Groningen, 1942.
R. Pol, 'A counterexample to J. de Groot's problem cmp = def', Bull. Polon. Acad. Sci. Ser. Math. Astronom. Phys. 30 (1982), pp. 461-464.
Links Johannes de Groot in St. Andrews
Publicaties Een volledige lijst van publicaties is opgenomen in P.C. Baayen en
M.A. Maurice, 'De Groot, Johannes (1914-1972)', General
Topology and Appl. 3, (1973), pp. 1-32.
Archief
Auteur: Jan van Mill
Laatst gewijzigd: september 2006
| |