Beginpagina Alfabetische index Over het BWNW Opzet biografie Redactie Auteurs Copyright Links English



Marius van Haaften (1880-1957)

Marius van Haaften bracht de elementaire verzekeringswiskunde op een niveau dat buiten Nederland nauwelijks werd aangetroffen.

HAAFTEN, Marius van, actuaris (Deventer, 13 juli 1880 – De Steeg (gemeente Rheden), 24 juni 1957). Zoon van Marinus Wouter van Haaften (arts) en Laura Wilhelmina Olivia Schoon. Gehuwd met Louisa Jacoba Budde. Uit dit huwelijk werden drie zoons en twee dochters geboren.

Marius van Haaften genoot gymnasiaal onderwijs in Arnhem en studeerde wis- en natuurkunde in Leiden. Tijdens zijn studie werkte hij al als leerling-actuaris. De Leidse hoogleraar Kluyver zag niets in promotie op een onderwerp uit de verzekeringswiskunde en daarom week Van Haaften uit naar Utrecht, waar hij in 1912 promoveerde bij Kapteyn op het proefschrift Beschouwingen over politieke rekenkunde. Intussen was Van Haaften in dienst getreden bij de oudste maatschappij van levensverzekering, de Hollandse Sociëteit van Levensverzekeringen NV, Anno 1807. Hij begon daar in 1908 als assistent bij de wiskundig adviseur A.J. van Pesch en werd zijn opvolger na diens overlijden in 1916. Van 1927 tot 1950 was Van Haaften directeur. Onder zijn bewind beleefde de Hollandse Sociëteit een tijdperk van bloei, ook tijdens de bezettingsjaren.
      Van Haaften was bijzonder actief in het Wiskundig Genootschap en schreef, iets te vroeg voor het honderdvijftigjarig bestaan, een geschiedenis van het genootschap met bijzondere aandacht voor de verzekeringswiskunde, in een poging de wiskundigen en de actuarissen dichter bij elkaar te brengen. Dit overtuigde de meeste actuarissen echter niet. Van Haaftens streven om nauw aan te sluiten bij de wiskunde, gaf hem een pleidooi in voor standaardisatie van de actuariële notatie. Dit had een tijdelijk succes in Nederland, maar verkreeg internationaal geen erkenning.
      Van Haaften had een enorme werkkracht. Tussen 1920 en 1950 verschenen van zijn hand 286 publicaties. Zijn Leerboek der intrestrekening (1929) werd een standaardwerk. De Vrije Universiteit formeerde in 1930 de wis- en natuurkundefaculteit en vond in hem een senior voor de jonge faculteit. Met zijn deeltijdsaanstelling als hoogleraar in de verzekeringswiskunde had hij een unieke positie in Nederland.

Literatuur
B.P.A. Gales. Werken aan zekerheid. Een terugblik over de schouder van Aegon op twee eeuwen verzekeringsgeschiedenis. 's-Gravenhage, Aegon verzekeringen, 1986.
B.P.A. Gales en J.L.J.M. van Gerwen, Sporen van leven en schade. Een geschiedenis en bronnenoverzicht van het Nederlandse verzekeringswezen (Amsterdam 1988)
H. Blauwendraat, Worsteling naar waarheid, de opkomst van Wiskunde en Informatica aan de VU. Historische reeks 5, Boekencentrum (Zoetermeer 2004)
J.P. van Rooijen, ‘Marius van Haaften’. Het Verzekerings-archief, deel XLVIII, Martinus Nijhoff ’s Gravenhage (1971), pp.95-106. J.P. van Rooijen, 'M. van Haaften'. Economisch-historisch jaarboek 27 (1955-1957), pp. 180-183.

Links
M. van Haaften, Nicolaas Struyck en zijn sterftetafels I, 1924
M. van Haaften, Nicolaas Struyck en zijn sterftetafels II, 1924
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis:
Necrologie van Van Haaften uit het Economisch Historisch Jaarboek 1958
Scan

Publicaties
Leerboek der intrestrekening. Groningen: Noordhoff, 1929.
Haaften, M. van (1923). Het Wiskundig Genootschap; zijn oudste geschiedens, zijn werkzaamheden en zijn beteekenis voor het verzekeringswezen. P. Noordhoff, Groningen.
Haaften, M. van (1930). Notatie en methode in de elementaire verzekeringswiskunde. De levensverzekering, 161-181.
M. van Haaften, De zestiende-eeuwsche intresttafels van Stevin, Wentsel en Trenchant, Het Verzekerings Archief 10 (1929), p. 99
M. van Haaften, De Thiende van Stevin, De Verzekeringsbode 40 (1921), p. 73 e.v.
M. van Haaften, De oudste geschiedenis der tafels voor samengestelden intrest in termijnen, De Verzekeringsbode 55 (1936), no. 5, p. 25 e.v.
Diverse artikelen van Van Haaften over Ludolph van Ceulen, De Verzekeringsbode 39 (1920), No. 18, 19, p. 138, 148; Corte onderrichtinghe in de reductie van Iaercustinghen, 39 (1920), no. 21, p. 165, aenhang totde voorgaende Corte Onderrichtinghe, De Verzekeringsbode 55 (1936), No. 16, 18, 22, p. 85, 97, 121.
M. van Haaften, Gegevens voor de geschiedenis der intrestrekening in Nederland, De Verzekeringsbode 40 (1921), p. 165 e.v.
M. van Haaften, De eerste volledige grote logarithmentafel van Ezechiël de Decker uit 1627. Nieuw Tijdschrift voor Wiskunde 31 (1943-4), pp. 137-144.
M. van Haaften, De Decker's logarithmentafel, "Tweede deel van de nieuwe telkonst" gevonden, De Verzekeringsbode 39 (1920), no. 49 p. 383 e.v.
M. van Haaften, De Decker's Eerste Deel van de Nieuwe Telkonst, De Verzekeringsbode 39 (1920), no. 52 p. 406 e.v.
M. van Haaften, De Decker als schrijver over Intrestrekening, De Verzekeringsbode 40 (1921), no. 4, p. 25 e.v., no. 5, p. 37 e.v.
M. van Haaften, De kleine logarithmentafel van De Decker, De Verzekeringsbode 40 (1921), no. 19, p. 146 e.v.
M. van Haaften, Johan de Witt en de Levensverzekering, in: De Levensverzekering, 1925.

Archief

Auteur: Alex van den Brandhof

Laatst gewijzigd: mei 2006